Zelfbeschadiging of automutilatie is een bijwerking in het gedrag van mensen die zichzelf aan het verliezen zijn of kwijt zijn. Alles om hen heen is dan weggevallen en ze zijn zelf als het ware uit hun lichaam gestapt. Er is nog bewustzijn van hun bestaan en ze trachten zichzelf terug te vinden door hun lichaam te voelen.
Meestal ligt de pijngrens erg laag en helpt zichzelf knijpen niet. De gevoelszintuigen lijken verdoofd en moeten heviger geprikkeld worden. Dat kan op veel manieren: door krassen, snijden, slaan of met lichaamsdelen tegen een muur slaan of op de grond bonken. Dat kan door scherpe voorwerpen in te nemen of door producten te drinken die ziek maken en lichamelijke pijn veroorzaken. Een aanhangsel van zelfbeschadiging kan zijn: een slechte verzorging van het lichamelijk welzijn, kou, hitte, droogte of vocht trotseren, het lichaam uitputten door grote inspanningen zoals opdrukken, overmatig rennen en sporten. Bij sommige mensen is het opvallend hoeveel ongelukjes ze hebben, vaak vallen of zich op andere manieren naar de omgeving ‘verantwoord’ verwonden.
Ook teveel eten of het aangaan van relaties waarin mishandeling door de partner plaatsvindt, kan een vorm van zelfverwonding zijn.
Zelfbeschadiging is een bijverschijnsel bij veel vormen van identiteitsstoornissen, waarbij de persoon zichzelf verliest. Veel voorkomende combinaties zijn: Anorexia, Boulimia, vele vormen van angsten of dwangstoornissen, faalangst, burn-out, borderlinegedrag, psychoses, bindings- of verlatingsangst.
Uit recent onderzoek blijkt dat 5% van de middelbare scholieren en studenten zichzelf beschadigt. Dat is 1 op elke 20 scholieren en studenten.
Zelfbeschadiging is een dringend zorg- en aandachtvragend symptoom. Niet alleen vanuit lichamelijke risico’s, maar vooral vanuit de geestelijke toestand van de persoon. Het is een signaal dat iemand zichzelf volledig kwijt kan raken. En dat is op zijn beurt weer een signaal dat iemand een situatie of het leven zelf niet aan kan.
In de publiciteit wordt regelmatig het woord modeverschijnsel toegepast als het over de explosieve groei van zelfbeschadiging gaat. Dat is een wat denigrerende vertaling van een serieus probleem. Middelbare scholieren en studenten zijn een zeer kwetsbare groep waar veel verwarring heerst. Het afdoen van het symptoom als modeverschijnsel of het in competitie gaan met medescholieren of –studenten over pijn kunnen verdragen, is een wat al te sterke versimpeling van het probleem.
Soms wordt zelfverwonding, net als een zelfmoordpoging (of het dreigen daarmee), gezien als een manier om aandacht van de buitenwereld te krijgen. Toch ligt het waarschijnlijk anders. Het feit dat de verwondingen juist worden aangebracht op lichaamsdelen die door kleding worden bedekt, en dat mensen die aan zelfverwonding doen er vaak goed in zijn om hun wonden en problemen te verbergen, wijst er op dat het niet om aandacht vragen gaat.
Specialisten in de behandeling van zelfverwondingen zien het gedrag als een manier waarop mensen die in het nauw zitten, hun voor hen onoplosbare problemen, toch nog hanteerbaar maken.
Op een andere manier gezegd: de onverwerkte geestelijke pijn en druk waaronder slachtoffers van geestelijke en/of lichamelijke onderdrukking gebukt gaan, loopt vaak zo hoog op dat het veroorzaken van lichamelijke pijn bij jezelf ervoor lijkt te zorgen, dat je voor een bepaald moment even verlost bent van de pijn van zelfhaat en eenzaamheid. Het lijkt daarnaast, in een situatie waarin mensen grote machteloosheid voelen, een manier om toch nog ergens controle over te hebben, namelijk je eigen lichaam. Zelfverwonding komt onder andere voor in situaties waar de sociale druk zo groot is, dat er geen andere uitlaatklep is voor de problemen waar mensen onder lijden. Zelfverwonding openbaart zich meestal in de leeftijdscategorie van 17 tot 25 jaar, maar kan ook op jongere leeftijd al voorkomen.
Vermoedelijk komt automutilatie vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat zij ook vaker slachtoffer worden van seksueel misbruik, wat een medeveroorzaker kan zijn van automutilatie. Mannen zijn, onder dezelfde omstandigheden, eerder dan vrouwen geneigd hun agressie niet naar binnen te richten, maar naar buiten.
Er is geen duidelijke grens aan te geven waar zelfverwonding ophoudt en zelfmoord begint. Vaak zijn mensen die aan zelfverwonding doen, ook bezig met het nadenken over zelfmoord, of ontwikkelen ze zelfs steeds concretere plannen in die richting. Zelfmoord zou in dit verband gezien kunnen worden als de ernstigste vorm van zelfverwonding.
Naast het gegeven dat er overeenkomsten zijn met zelfmoord, lijkt zelfverwonding in sommige opzichten ook een beetje op een verslaving: het levert degenen die het doen een korte ontsnapping uit de verschrikkelijke werkelijkheid op. Die ervaring van ontsnapping is dus ook tijdelijk, en de verminking vindt dus steeds opnieuw plaats om dat gevoel terug te krijgen.
Het kan ook voorkomen dat diegenen die aan zelfverwonding doen, proberen om eerder gemaakte wonden weer open te halen, of open te houden.
Het is voor mensen die zelf nooit aan zelfverwonding gedaan hebben, vaak erg moeilijk te begrijpen dat mensen zichzelf verschrikkelijk kunnen haten. Daarnaast is het voor mensen die zelf aan zelfverwonding doen vaak onvoorstelbaar dat ze ooit nog van zichzelf kunnen gaan houden; dat ze ooit nog in de spiegel zullen kijken en zichzelf dan een leuk iemand vinden. Toch zijn er wel mensen die het lukt om zich een weg te banen uit de zelfhaat en zelfverwonding.
Communicatie, schreeuw om hulp is vaak het beginnende stadium van de automutilatie. Ergens wil de persoon zijn of haar beschadiging verborgen houden, maar koestert tegelijkertijd ook een stil verlangen dat het juist wordt opgemerkt, opdat mensen inzien dat er serieus iets aan de hand is. Vergelijkbaar met deze vorm is de zelfmoordpoging, die in sommige gevallen ook wordt gehanteerd als een schreeuw om aandacht.
Vermindering van negatieve gevoelens
In deze vorm, wat overigens de meest samenhangende vorm met de andere versies is, probeert de automutilant negatieve gevoelens als leegte, onbestemde angst, spanning, depressie of woede te vergeten door de lichamelijke beschadiging als afleiding te gebruiken. In deze zin zijn de negatieve gevoelens te groot en te ondraaglijk, zodat een lichamelijke vorm van pijn draaglijker en fijner is. Daarnaast is het ook een manier om dingen uit het verleden op te rakelen die voorheen verdrongen waren, omdat het omgekeerd eveneens gebeurt dat sommigen zichzelf verwonden als een manier om in een soort trance te raken, waardoor ze tijdelijk ontsnappen aan een bedreigende situatie of ervaring, zoals de herinnering aan een pijnlijk moment uit het verleden.
Doorbreken van vervreemding
Deze vorm is de meest voorkomende vorm bij jonge mensen die in de periode van de pubertijd in aanraking komen met hun eigen identiteit. Ook in het geval van het overlijden van een dierbare of suïcidale depressiviteit wordt deze vorm gebruikt om contact te maken tussen lichaam en geest en het besef te versterken een levend wezen te zijn. Door opzettelijk lichamelijke pijn te veroorzaken, kunnen mensen weer contact maken met het eigen lichaam en een reactie geven op een depersonalisatie of depressieve gevoelens. In tegenstelling tot zelfdoding is deze vorm een manier om bewust te blijven van het leven en wordt het gebruikt als een hulpmiddel om door moeilijke tijden heen te komen. Ook het zien, ruiken en proeven van het bloed geeft het besef een sterfelijk wezen te zijn.
Ontlading van spanning
In deze vorm zorgen stress, geestelijk overbelasting, en terugkerende angsten ervoor dat de automutilant overgaat tot zelfverwondend gedrag om de geestelijke pijnen te verzachten en te vervangen door een lichamelijke pijn, die hij of zij laat dienen als een substituut. Na het toebrengen van letsel volgt een gevoel van ontlading en voldoening.
Pijn verdragen als teken van macht en controle
Door zichzelf te verwonden voelt de persoon zich machtig, aangezien hij of zij deze lichamelijke pijn kan hanteren en verdragen. Daarnaast is het een manier om ergens volledig macht over te hebben en alleen dat gevoel is al fijn. Bij deze vorm is de persoon vaak ook trots op het letsel en zal het dit vaak ook zien als een pronkstuk door het opzettelijk te versieren of door ermee te koop te lopen. Hij of zij krijgt het gevoel waardevol en machtig te zijn in vergelijking tot anderen die zichzelf zulk letsel niet zouden kunnen toebrengen. Vaak zie je dat deze vorm het meest voorkomend is bij mensen die in hun jeugd ernstig geestelijk vernederd zijn, zich hierdoor onzeker voelen en tevens ook een zeer laag zelfbeeld hebben.
Opvullen van innerlijke leegte
Deze vorm, die tevens ook het verdrijven van eenzaamheid kan inhouden, heeft tevens ook het doel tot zelfacceptatie te komen. Door bezig te zijn met het lichaam en het aandacht te schenken door het opzettelijk te verwonden, kunnen mensen hierin een tijdverdrijf en vriend vinden. Het minderwaardig denken over jezelf en het alleen voelen in de zin van onbegrepen zijn, schreeuwt dan om een opvulling die gevonden kan worden door zelfbeschadiging.
Boete doen, zelfbestraffing
Als verlengde van de vorige vorm, waarbij de persoon een woede koestert jegens zichzelf, is deze vorm veel voorkomend bij mensen die niets anders kunnen dan perfectionistisch handelen en een mindere vorm niet kunnen accepteren. Ook bij lichamelijk geweld kan de persoon terugvallen op deze vorm en het juist als een vorm van sentiment beschouwen, aangezien ze het lichamelijke geweld hebben ervaren als iets normaals en hier onbewust naar blijven verlangen. Daarnaast is het ook een manier om het lichaam, dat automutilanten vaak niet accepteren en zelfs haten, te bestraffen alsof het een vijand is.
Uiting van woede of verzet
Deze tweede vorm is een uiterst vrouwelijke vorm voor het uiten van woede of verzet in een agressieve vorm. Terwijl dit gevoel meestal naar buiten toe wordt geuit, kan het ook geprojecteerd worden op de persoon zelf. De persoon in kwestie brengt zichzelf dan letsel toe om de frustratie te kunnen uiten, zonder daar anderen bij te hoeven betrekken. Deze woede kan gericht zijn op een ander persoon, een soort wrok die niet naar die persoon geuit kan worden, maar het kan ook een kwaadheid zijn op de persoon zelf wanneer deze in diens ogen onjuist of onvoldoende gehandeld heeft.
Een van de meest voorkomende problemen is faalangst. Vaak wordt deze gecamoufleerd door een veelheid aan compensatiegedrag: moeheid, lusteloosheid, depressies, leermoeilijkheden, concentratieproblemen en allerlei lichamelijke klachten, verminderd sociaal gedrag.
Er kunnen angsten ontstaan op andere gebieden dan alleen het falen. Uit deze angsten kunnen verschillende dwangmatigheden worden ontwikkeld zoals dwangmatig gedrag; gedrag vanuit rituelen, obsessies over dingen die moeten of juist niet mogen.
Hieronder volgen een aantal specifieke klachten die vaak in combinatie optreden met zelfbeschadiging. Het zijn klachten waarin IMET behandelervaringen heeft. Er zijn meer combinaties, zoals schizofrenie, MPS (Meervoudige Persoonlijkheids Stoornissen), Psychosen en BPS (Borderline Persoonlijkheids Stoornis). Deze aandoeningen worden niet door IMET behandeld, aangezien het specifieke psychiatrische aandoeningen zijn.
Bij de behandeling van zelfbeschadiging speelt de factor angst als drijfveer van de zelfbeschadiging, een belangrijke rol. Daarom wordt aangeraden om het deel over angststoornissen op deze site ook te lezen.
IMET behandelt altijd het totaal van alle belastende veroorzakers van de verschillende klachten en ook alle klachten als één integraal geheel.
Voor mensen met een langer durende of chronisch zelfbeschadigend gedrag
Bij een langer durende en chronisch zelfbeschadigend gedrag en alle klachten die daarmee verband houden, heerst vaak het idee dat je er nooit van af zult komen.
Het merendeel van de mensen die bij IMET in behandeling zijn heeft al een spoor van behandelingen achter zich en evenzoveel teleurstellingen.
Bijna de helft van de cliënten van Stichting IMET is ouder dan dertig jaar. Dat wijst al op een lang en moeizaam gevecht. Ongeveer dertig procent is ouder dan veertig jaar.
Mensen met een lang spoor van behandelingen menen dat behandelingen niet bij hen aanslaan. Daar hebben zij gelijk in voor zover het de behandelingen zijn, die zij al meermalen ondergaan hebben. Vaak zijn hun negatieve ervaringen ook veroorzaakt door behandelingen van niet gespecialiseerde therapeuten of mensen die menen een soort wondermethode te hebben gevonden. Als een methode niet heeft gewerkt, heeft het weinig zin deze opnieuw te ondergaan.
Bij de methoden van Stichting IMET zijn de factoren die voor terugval zorgen, gereduceerd en vervangen door stimulerende en veiligheidsfactoren. Bewust is voor een volledig andere koers gekozen. De kenmerken daarvan zijn:
- Het vergroten van de innerlijke veiligheid;
- Het verder doorontwikkelen van de sterke kwaliteiten van de persoon;
- Het veranderen van het innerlijke weerstandsdeel (innerlijke negativist) in een neutraal of stimulerend deel;
- De vergroting van de motivatie door gebruik te maken van de eigen versterkte overtuigingen van de cliënt;
- Het herkaderen van gevoelens, gedachtestructuren en gedragingen ten aanzien van de oorzaken van de aandoening;
- De eigen oorspronkelijke identiteit tot ontwikkeling te brengen;
- Het opnieuw verwerven van verloren kwaliteiten;
- De behandelaars hebben grote aandacht, tolerantie en respect voor de cliënt, van wie zij beseffen dat deze al een lange en zware strijd met zichzelf en haar omgeving voert.
- Dit sterke invoelen en meebeleven met de cliënt resulteert in een aangenamer en doelmatiger behandelproces;
- Door de specialisatie op angst-, dwang- en identiteitsstoornissen begrijpen de behandelaars snel wat er in de cliënt aan onuitgesproken gevoelens en ideeën leeft. Door de kennis van deze "stille" gevoelens en ideeën wordt de effectiviteit van de behandeling vergroot.
- Het resultaat van de behandeling is dat naast het oplossen van de dwang ook de veroorzakers daarvan uitgeschakeld zijn. Daarnaast worden nog meer positieve effecten bereikt:
- Extra kennis, inzichten en vaardigheden waarmee nieuwe problemen zelf tijdig kunnen worden gesignaleerd en beheerst;
- Grotere zekerheid, zelfstandigheid en vrijheid, ten aanzien van de invloed van externe factoren;
- Grotere flexibiliteit, stressbestendigheid en doelmatiger gedrag;
- Terugvinden van vergeten positieve episodes, belevingen en herinneringen.
Mensen met een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis zitten fundamenteel anders in elkaar dan de doorsnee mens. Ze hebben vaak zoveel meer te bieden, wat nooit bij hen ontdekt is. Ze lijden aan een hang-over, aan een zich steeds verder opstapelende ontkenning van hun fijngevoeligheid in nuances en differentiaties. Zij passen moeilijk in een generaliserende samenleving die voor hen bepaalt hoe gedifferentieerde dingen samengevoegd worden tot één ongenuanceerd geheel.
Zij lijden onder een soort Calimero syndroom. Ouderen uit hun omgeving weten het allemaal zo goed, en naar hen wordt niet geluisterd. Zij voelen zich te klein om de doorgeprikte zekerheden die zij in hun omgeving vaak tegenkomen, in de juiste context te mogen plaatsen. Ze weten niet om te gaan met incongruentie tussen verbale en non-verbale signalen. Ze zoeken oplossingen, die altijd gericht zijn op de korte termijn, zonder het overzicht te hebben van de consequenties.
Bezorgdheid, angst en paniek daarover werken contraproductief. Daartegenover staat dat meegaand luisteren, aandacht voor hun manier van denken, voelen en beleven, en een groot respect voor diegene die zij zijn, hen kan helpen. Zij verdienen de goede hulp, om veel redenen.
Veel van deze mensen ervaren voortdurend vereenvoudigde zekerheden in hun omgeving, die hen als onaantastbare waarheden door autoriteiten worden opgelegd. Daarentegen zijn zij, juist vanuit hun eigen gedifferentieerde vermogens, zoekers naar mogelijkheden, en geboren ontdekkers van nuances in de dingen om hen heen. Dit eigen systeem en de indoctrinatie van de vreemde systemen zorgt voor innerlijke conflicten en spanningen.
Ze weten niet of ze hun eigen waarnemingen en conclusies wel mogen vertrouwen. De vereenvoudigde zekerheden hebben hen geleerd om zwart wit te gaan denken. Dit geldt ook voor de ongenuanceerde keuze wie er gelijk heeft: de autoriteit of zij.
Dit hele proces, zo blijkt uit de behandelingen van Stichting IMET, begint al bij de eerste waarnemingen van het heel jonge kind. De werking ervan verloopt verder vooral op onbewust niveau.
Naar de visie van Stichting IMET is een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis in beginsel geen ziekte maar een verstoring op communicatief niveau. En zover wij hebben kunnen vaststellen, lijden met name mensen met een bovennormaal geestelijk, emotioneel vermogen, afgemeten aan hun milieu, aan zo'n stoornis. We benadrukken het begrip "beginsel", want de stoornis kan uiteindelijk wél tot zeer ernstige en zelfs dodelijke ziektes lijden.
|