Home / Behandeling / Specifiek / Kleptomanie

KleptomanieWat is kleptomanie?

Kleptomanie

Er zijn verschillende vormen van kleptomanie. De verstoorde vorm en de economische vorm. Het verschil zit hem:

  • in de vermeende noodzaak om te stelen omdat men niet kan of wil betalen voor iets dat noodzakelijk is om een behoefte te bevredigen.
  • in de niet economisch noodzakelijke drang om iets van een ander mee te nemen.

Beide zijn volgens de wet even strafbaar, maar hebben toch een andere betekenis. De eerst genoemde vorm wordt door de dader gezien als een onvrijwillige maar noodzakelijke oneerlijkheid, de tweede genoemde vorm heeft meer te maken met stuurloosheid op het moment van de daad.

In deze uitleg houden we ons bezig met de tweede vorm.

Kleptomanie

Kleptomanie kan worden vergeleken met een overetende eetstoornis. De persoon wil het niet maar is niet bij machte om verzet te plegen. Een Boulimiapatiënte overat zich iedere avond in zo’n sterke mate dat ze met een kussen voor haar mond op de grond van haar studentenkamer lag te gillen van de buikkrampen. Toch liet ze het iedere avond gebeuren. Een andere studente, overtuigd vegetarisch, scheurde bij gebrek aan ander eten in een nachtelijke vreetbui een diepgevroren biefstuk in stukken en vrat die helemaal op. Mensen die dit doen staan buiten zichzelf en hebben op dat moment geen enkele controle over hun gedrag.

Bij kleptomanie van de tweede soort is dit in bijna alle gevallen niet anders. Het is een onbestuurbare drang die vaak vanuit een plotselinge obsessie voor een voorwerp ontstaat. Dit soort kleptomanen is vaak verzamelaar van nuttige en onnuttige dingen. Dat wat zij meenemen verhoogt maar zelden hun comfort of gemak. Vaak worden de voorwerpen ergens opgeborgen waar ze geen functie hebben.

Meestal ontstaat de stoornis uit een aaneenrijging van (vermeende) afwijzingen en gebrek aan warmte en genegenheid op de momenten die de persoon als kind nodig had. Het begrip IK en JIJ vervaagt; het mijn en dijn doet dan niet mee. Vaak is het intermenselijke gevoel en de geestelijk morele eigenwaarde ingewisseld tegen berekenende en materiële waarden.

Ontvreemdingen

Het begrip ontvreemding omvat zowel het stelen als het ongevraagd lenen.

Stelen en ongevraagd lenen komt in de beste families voor. En zo lang het om een incidentje gaat is het meestal wel intern op te lossen. Alleen als het in de structuur van iemands gedrag gaat zitten, wordt het probleem groter en kan het juridische gevolgen hebben die een lange nasleep kunnen krijgen.
Er is helaas weinig specialistisch behandelaanbod vanuit de hulpverlening voor deze problemen. Er is ook weinig begrip voor. Dat maakt het vinden van oplossingen moeilijker, zowel voor de behandelaar als voor de persoon zelf die behandeld wil worden.
Stelen en ongevraagd lenen komt veel voor bij mensen die ook een andere vorm van geheim leven hebben, omdat ze zich over zoveel dingen niet kunnen uiten. In veel gevallen is het gedrag een vervanging voor ander gedrag dat beter bij de persoon past, maar waar deze op dat moment niet mee opschiet. De ervaring bij IMET leert dat de persoon zich iets wil toe-eigenen, wat hij op een andere manier, als kind, niet gekregen heeft. En dan gaat het niet om spullen, maar om een intermenselijke erkenning en koestering. En omdat deze factoren niet te krijgen zijn, kan de persoon kiezen uit twee oplossingen: het gaan ontkennen van de behoefte aan erkenning en koestering of het verwerven van iets dat daarvoor in de plaats komt, meestal iets materieels. Mensen die zich spullen van anderen toe-eigenen, zijn niet respectloos maar missen op het moment van de handeling het vermogen om daar weerstand tegen te bieden. Soms lijkt het erop dat ze zich volledig bewust zijn van wat zij doen, maar dat is een gedragsbewustzijn, gespeend van het normbewustzijn. Zij weten dat zij iets doen wat niet mag, maar hun gevoel daarover wordt volledig overheerst door de concentratie om niet betrapt te worden. Het systeem van deze mensen is er voortdurend op gericht dingen te veroveren zonder daar iets tegenover te stellen. Iets waardevols te verwerven en het tijdens het pakken en meenemen als waardeloos te bestempelen en er uiteindelijk als een trofee van te kunnen genieten. Vaak bevestigen mensen zich onbewust op deze manier dat ze wel degelijk slim zijn; slimmer dan de rest die het had moeten bewaken.

 
Kleptomanie

Oneerlijk gedrag is moeilijk uit te leggen. Je denkt vaak dat je de enige bent.

Twee mannen zaten in de trein en een van hen klaagde dat het vriendinnetje van zijn dochter steeds de pen van zijn dochter gebruikte en nooit terug gaf. “Kinderen leren tegenwoordig geen onderscheid te maken tussen het mijn en dijn”. De ander bevestigde zijn stelling. “Ja”, zei de vader. “Het gaat mij niet om de pennen, want ik kan er van kantoor net zoveel meenemen als ik wil, dat merkt niemand, maar het gaat om het principe”.
Zo zit de wereld wel een beetje in elkaar. We hebben allemaal onze blinde vlekken voor onze eigen oneerlijkheid, maar hebben arendsogen als het om de oneerlijkheid van een ander gaat. Dat weten we allemaal, en daarom is het zo moeilijk over je eigen oneerlijke gedrag te praten. Mensen begrijpen het niet.

Als iets als oneerlijk of misschien wel misdadig, asociaal of onbetrouwbaar wordt benoemd, dan is het natuurlijk heel moeilijk iets aan je omgeving te laten merken van wat je aan je eigen gedrag dwars zit. Op het moment dat je het doet, lijkt het op een zelfveroordeling; jezelf aan de schandpaal nagelen.

Onze samenleving biedt deze mensen ook geen ruimte om zich, net zoals bij een andere stoornis, min of meer publiekelijk te laten behandelen. Als een eetstoornis al zoveel schaamte oproept, of een dwangstoornis, of een alcoholprobleem, hoe moeilijk is het aan de omgeving te laten weten dat je steelt; dat iedereen zijn spullen maar voor je moet beveiligen.

Kleptomanie, stelen en ongevraagd lenen, zijn moeilijk bespreekbare onderwerpen. Toch is het niet handig er niets mee te doen en het voort te laten woekeren. Net als bij een eetstoornis of een angst-dwangstoornis heb je alle kansen om er vanaf te komen. Maar dan moet je wel hulp vinden en ook aanvaarden.

 
Kleptomanie

Ieder mens krijgt bij zijn of haar geboorte kwaliteiten mee. Een aantal daarvan zijn herkenbaar als familietrekken en een aantal lijken door het kind zelf meegebracht te zijn. Het totaal aan kwaliteiten past meestal redelijk in de omgeving van de persoon. Op die manier groeit het kind op in normen en waarden, met ideeën en belevingen, en met mogelijkheden en beperkingen waar het goed mee kan leven.

Soms worden ook kinderen geboren die naast de familiekenmerken een aantal krachtige eigen kwaliteiten meebrengen. Zolang deze kwaliteiten door de omgeving gestimuleerd worden om tot ontwikkeling te komen, zal het kind er vooral voordeel aan hebben.

Als deze eigen kwaliteiten echter een niveau en een diversiteit krijgen die door de omgeving (samenleving) niet opgemerkt worden of niet tot ontwikkeling gebracht worden, ervaart het - meestal nog erg jonge en rijk begaafde - kind dit als een ontkenning van de eigenheid; een ontkenning van zijn of haar complete identiteit. Dit proces vindt vooral plaats op onbewust- en op overtuigingsniveau.

Mensen hebben een drang in zich die ervoor zorgt dat de aangeboren vermogens in meer of mindere mate tot ontwikkeling kunnen komen. Bij sommige mensen is deze drang erg sterk aanwezig, bij anderen minder sterk.

Als zo’n kind, voorzien van een sterke drang om haar vermogens te ontwikkelen, opgroeit in een samenleving die al die extra's van dat kind niet waarneemt, zal dat kind de bevestigingen ontberen die zij nodig heeft. Haar ontwikkelingsdrang zal dan naar wegen zoeken om die aangeboren vermogens toch te kunnen ontwikkelen.

Aangezien er in die situatie voor passende oorspronkelijke ontwikkelingen geen ruimte is, ontwikkelt het kind compensatiegedrag. Meestal gebeurt dat voor een aantal van de aangeboren vermogens, soms ook voor álle talenten. Het jonge kind - meestal in de leeftijd van de beginnende basisscholier - ontwikkelt geheime rituelen, ideeën en belevenissen die de kwaliteiten moeten gaan invullen die zich niet op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen. Zo kunnen obsessieve gedachten en gedragingen ontstaan, die weer door andere interne regelsystemen worden vastgezet tot onbeheersbare en vergroeide overtuigingen.

Dit 'kwaliteit ontwikkelende systeem' kan voor buitenstaanders onnavolgbare routes volgen. Deze routes kunnen op veel terreinen zulke afwijkende vormen in gedrag veroorzaken dat zij ongewild reacties uit de omgeving oproepen. Door deze reacties kan het kind nog meer in verwarring raken, zich nog minder begrepen voelen. Het raakt in een groter isolement en in een versterkte overtuiging dat het niet oké is. Dit is een sluipend proces dat ook wel hang-over genoemd wordt.

We mogen dit proces vergelijken met een bovenmatig intelligent kind dat op een school zit voor kinderen met een doorsnee intelligentie. We weten dat als zo'n kind geen extra geestelijke voeding krijgt, het in de problemen kan komen en vaak afdaalt tot de laagste regionen van de prestaties.


 
Kleptomanie

De psychotherapie kent veel richtingen. Twee daarvan onderscheiden zich van elkaar. Enerzijds de directieve therapieën, dat zijn de sturende methodieken, waarin de psychologische vakkennis van de therapeut van groot belang is. Anderzijds de indirecte of cliëntgerichte therapieën, waarbij de therapeut zo veel mogelijk op de achtergrond blijft en het belevingssysteem van de cliënt stimuleert in het vinden van zowel de veroorzakers als de oplossingen. Bij IMET worden beide methoden integraal gebruikt.

 
Kleptomanie

Trauma’s veroorzaken meestal een veranderend gedrag. Ze zijn meestal terug te voeren tot herkenbare gebeurtenissen die ook vrij goed te omschrijven zijn. Verlies, geweld, bedreigingen. Ze zijn meestal wel te benoemen.

Zo had je na de laatste oorlog het begrip ‘chocoladekinderen’. Dat waren kinderen van rond de 10 – 12 jaar die geld stalen om chocola te kopen. In Duitsland had je zelfs de term ‘chocoladerechter’, dat was een rechter die begreep wat er achter het gedrag van de kinderen schuil ging en daar zijn straffen op richtte.

Een trauma veroorzaakt een afweer- en overlevingsmechanisme door iets te doen, dat op dat moment, de misschien diep verscholen angst achter het trauma, vermindert. De angst heeft te maken met een reactie op die traumatische gebeurtenissen en die reactie is vaak goed onder controle te brengen door de emoties weer te rationaliseren. Door anders over de gebeurtenis te gaan nadenken, anders over de eigen positie daarin en er een andere betekenis aan te geven, leert de persoon beter of misschien goed met de gebeurtenis te leven.

Bij trauma’s kan je relatief snel aan de verandering van het angstproces beginnen. Dat is bij de andere angstvormen vaak wat ingewikkelder. Daar moet je eerst de veroorzakers helder krijgen en die kunnen vaak diep weggestopt zijn in het onbewuste en daar toch op een krachtige manier hun werk doen.

 
Kleptomanie

Vanuit de waarnemingen in de praktijk bij IMET, blijken niet-traumatische angst-dwangstoornissen onderling vaak dezelfde veroorzakers te hebben. Het lijkt erop dat persoonlijke en onbewuste voorkeuren, die bijvoorbeeld genetisch bepaald zijn of vanuit de opvoeding versterkt, de ‘keuze’ maken waarin de persoon zijn of haar compensaties vindt. Deze compensaties kunnen niet te definiëren angsten zijn, al of niet gecombineerd met specifieke dwangmatigheden zoals rituelen, een eetstoornis, faalangst of angst voor de toekomst. Vaak wordt het ook een combinatie van deze symptomen, met accentverschillen.

De ervaringen bij IMET tonen aan dat veel van deze angststoornissen hun oorsprong vinden in een communicatiestoornis in het vroegste ontwikkelingsstadium van het kind. De miscommunicatie vindt haar oorsprong in de uiteenlopende systemen tussen het kind en de opvoeders. Het kind maakt bijvoorbeeld gebruik van een sterk afwijkend belevingssysteem ten opzichte van het belevingssysteem van de opvoeders. Dat betekent dat het systeem van het kind en de opvoeder elkaar in de communicatie niet begrijpen.

Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; ervaart het veel meer details in zijn waarnemingen dan de opvoeder. Het wil juist deze details communiceren, want daarin liggen meestal de accenten voor het kind. Het kind kan een bepaalde beleving met een specifieke kleur hebben, met een vorm, of detail uit iets groters, die door de opvoeder niet of onvoldoende opgemerkt of gerespecteerd wordt. Het kind kan zich, door de herhaling van het uitblijven van een adequate reactie, onbegrepen gaan voelen.

Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen en daardoor een gebrek aan gevoel van veiligheid.
In een aantal gevallen kunnen de nuanceringen van zowel het kind als van de opvoeder wel een gelijke bandbreedte hebben, maar de oriëntatie kan totaal verschillend zijn. De opvoeder kan bijvoorbeeld cognitief genuanceerd zijn, terwijl het kind een zeer genuanceerd gevoel heeft, of de één is visueel ingesteld en de ander auditief. Een zeer genuanceerd denkende jurist begreep zijn zeer genuanceerde kunstzinnige dochter niet. Ze spraken beiden op hetzelfde niveau, maar in een andere taal. Het kind kan ook heel optioneel zijn, zeer bewegelijk in zijn ideeën en in de dingen die het doet, terwijl de opvoeder procedureel is; nauwgezet in procedures leeft en deze strak en consciëntieus hanteert. Beide systemen communiceren niet omdat ze anders georiënteerd zijn; andere waarden aan dingen toekennen. Er is geen sprake van schuld.

Een echtpaar dat doorlopend conflicten had, kon het nooit eens worden bij de aanschaf van iets groots. Beiden vonden elkaars keuzes maar niks. Hij bleek kinesthetisch te zijn en zij was visueel gericht. De fauteuil die zij mooi vond, vond hij niet lekker zitten, en had hij eindelijk een lekker zittende fauteuil gevonden, dan vond zij hem niet mooi.

De opvoeder kan zeer zorgzaam zijn en het kind zeer avontuurlijk. Het kind stresst de ouder door zijn ‘onverantwoordelijk’ gedrag; de ouder werkt verstikkend op het kind vanuit zijn ‘angstige’ of ‘paniekerige’ gedrag. Beide partijen beoordelen elkaar vanuit hun eigen subjectieve waarden. Is er een schuldige? Nee! Er zijn verschillende systemen waardoor mensen verschillend reageren in hun communicatie.

Vaak heeft het kind ook sensoren die op andere signalen gericht zijn dan wat de omgeving ervaart. Soms gaan deze verschillen gepaard met overgevoeligheid voor prikkels zoals geluid, geur, smaak, licht, kledingstoffen, metalen, medicijnen of voedingsmiddelen. Ook kunnen deze mensen zeer gevoelig zijn voor sfeer; dan pakken zij latente conflicten al op voordat zij tot uiting komen. Vaak zie je dat het kind een vredestichter wordt of zelfs de functie van een ouder voor de eigen ouder inneemt.

Bij IMET zijn verschillende mensen in behandeling die elke situatie vanuit veel perspectieven gelijktijdig overzien. Ze zien waar fouten in het bedrijf of in hun relatienetwerk gemaakt worden en tot welke consequenties die kunnen leiden. Ze zien vaak meer passende oplossingen. Hun hoofd staat op barsten van de indrukken en spanningen, maar omdat ze niet tot de leiding van de organisatie of het netwerk behoren, wordt er niet naar hen geluisterd. En zelfs wanneer er een keer naar hen geluisterd wordt, komen zij woorden en begrippen tekort om hun waarnemingen en oplossingen te communiceren. Zij hebben niet geleerd met deze veelzijdige visie om te gaan. Ze hebben zich vaak opgesloten in eenzaamheid van woordloze begrippen, die niet te communiceren zijn.

Een andere aanleiding voor angst en dwang kan zijn dat mensen de grens tussen de eigen identiteit en de identiteit van anderen heel smal ervaren en ze het onheil dat een ander overkomt als hun eigen onheil beleven.

Deze sterke nuanceringen en overgevoeligheden bieden een welwillende voedingsbodem om onveiligheid te versterken. Er is niet zoveel voor nodig om deze mensen onzeker en angstig te maken en te kwetsen. Ze kunnen de dingen vaak zo moeilijk uitleggen en ervaren een toenemend isolement en eenzaamheid.

Zo zien we dat iemands kwaliteiten tot diens valkuilen kunnen leiden. De ontkenning van de eigenheid, of de ballast om ouder over je ouder te moeten zijn, kunnen teveel worden en op een onbewaakt moment omslaan in een angst- of paniekreactie.

 
Kleptomanie

Het kernprobleem voor deze mensen ligt niet in hun genuanceerdheid, gedifferentieerde belevingen of sterke gevoeligheden, maar in de gebrekkige ervaring om daar adequaat mee om te gaan. Ze zijn er onvoldoende in begeleid om met deze talenten om te gaan. In plaats van dat ze er voordeel aan ondervonden, werden het de valkuilen die leidden tot hun huidige positie.

Het probleem om zonder begeleiding tot adequate oplossingen te komen, is dat de persoon onderdeel is van het proces dat voor het overgrote deel in het onbewuste werkt. Juist in dat onbewuste liggen de meeste onbekende drijfveren en argumenten die blijvende veranderingen in de weg staan. Al deze onbekende drijfveren kunnen een bewust gekozen en doorgevoerde verandering weer vaak ongemerkt terugtrekken naar de oorspronkelijke ongewenste positie.

Je gedachten, gevoelens, ervaringen en herinneringen, die we samenvatten onder het begrip ‘systeem’, maken je tot een onverbrekelijk onderdeel van je eigen proces. Je bent niet vrij en objectief om iets anders te gaan doen dan wat je al deed. Als je wel die vrijheid had, was je allang van je probleem afgekomen.

We hebben het hier over een ernstig en diepliggend probleem. Natuurlijk kennen we situaties waarin iemand zijn gedrag is gaan beheersen. Dat is dan ook een topprestatie, maar de energie die zo iemand daarin blijvend moet steken, is niet gering.

 
Kleptomanie

Het vinden van een veroorzaker van een klacht is de eerste stap. De volgende stap is er een positieve verandering in aan te brengen. Het handigste is dat te doen met de historische persoon in die situatie en in die leeftijd waarin de gebeurtenis plaatsvond. Dat kan. Er zijn verscheidene technieken om de persoon terug te brengen naar een herbeleving van dat moment en in de specifieke situatie van het verleden.

De meest adequate oplossing is de persoon vanuit die herbeleving zelf oplossingen te laten vinden, die passen in de acceptatie van die persoon van dat moment uit het verleden. Daarmee is de lading van de gebeurtenis veranderd en heeft de persoon in die situatie rust.

Door heel goed en aandachtig te luisteren naar de persoon, leert de therapeut de patronen van het belevingssysteem van de persoon kennen en vanuit die kennis de persoon te helpen bij het vinden van de meest passende oplossing. We noemen dat ‘stil luisteren’.

Bij ‘stil luisteren’ schakelt de therapeut zijn of haar eigen ideeën uit en luistert onbevangen naar wat de ander te vertellen heeft. Alleen dan komt de therapeut met een minimale filtering en ruis bij de processen die tot de klacht hebben geleid en daarmee ook bij de mogelijke oplossingen. Dat vraagt van de therapeut een grote terughoudendheid in het inschakelen van zijn of haar kennis en persoonlijke ervaringen, en een grote mate van respect voor het specifieke systeem van de ander. Naar aanleiding van de verworven inzichten in de specifieke patronen van de persoon kan de therapeut selectief kiezen op welk moment hij of zij directief, dus sturend gaat werken of passief, volgend en onderzoekend te werk gaat.

Angst wordt vaak opgebouwd vanuit een kwetsbaar belevingssysteem. Vaak ontstaat het uit veel, niet altijd waarneembare, kleine details die zich opstapelen. Angst is een waarschuwingssignaal voor gevaar en als je geen oplossing vindt om dat gevaar te keren, loopt de spanning op. Dan ontstaan stressreacties, die de persoon in een spiraal brengen van steeds heftigere emoties van spanning en onzekerheid of bedreiging.

 
Kleptomanie

De belangrijkste instandhouder is een mechanisme in de persoon dat veranderingen als iets heel bedreigends ervaart. De persoon wil wel veranderen, maar kan dat niet en als hij of zij al een verandering toestaat, volgt vaak een drang om dat op een andere manier te compenseren.

Andere instandhouders zijn de spontane trancetoestand waarin het proces onbestuurbaar is, de ankers, triggers of rituelen die het proces steeds weer in werking stelden.

 
Kleptomanie

De derde belemmerende factor in het veranderen van gedrag is de gewoonte, of het veilige gevoel dat de gewoonte je geeft.

Opmerkelijk is dat het veranderen van het gedrag nauwelijks inspanning vergt als de veroorzakers en instandhouders geneutraliseerd zijn. Dan ontstaat ook het veilige gevoel dat het gedrag niet meer hoeft terug te keren, omdat de veroorzakers en instandhouders er niet meer zijn.

 
Kleptomanie

Bij de behandeling van dwangmatigheid is niet altijd van tevoren vast te stellen in welke mate veroorzakers een rol spelen bij die specifieke dwang. Soms moet je, om het risico van terugval zoveel mogelijk te voorkomen, veel aandacht geven aan de veroorzakers en instandhouders. Soms is de klacht ook adequaat te behandelen vanuit de beperktere directieve therapie.

Grensgevallen zijn bijvoorbeeld angst voor autorijden, vliegangst, angst voor spreken in het openbaar, pleinangst, straatvrees, smetvrees. Bij IMET worden beide methoden toegepast. Meestal is het niet een kwestie van óf de ene óf de andere methode, maar in welke mate beide methoden op een specifieke klacht worden toegepast.

 
Kleptomanie

Mensen met een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis zitten fundamenteel anders in elkaar dan de doorsnee mens. Ze hebben vaak zoveel meer te bieden, wat nooit bij hen ontdekt is. Ze lijden aan een hang-over, aan een zich steeds verder opstapelende ontkenning van hun fijngevoeligheid in nuances en differentiaties. Zij passen moeilijk in een generaliserende samenleving die voor hen bepaalt hoe gedifferentieerde dingen samengevoegd worden tot één ongenuanceerd geheel.

Zij lijden onder een soort Calimero syndroom. Ouderen uit hun omgeving weten het allemaal zo goed, en naar hen wordt niet geluisterd. Zij voelen zich te klein om de doorgeprikte zekerheden die zij in hun omgeving vaak tegenkomen, in de juiste context te mogen plaatsen. Ze weten niet om te gaan met incongruentie tussen verbale en non-verbale signalen. Ze zoeken oplossingen, die altijd gericht zijn op de korte termijn, zonder het overzicht te hebben van de consequenties.

Bezorgdheid, angst en paniek daarover werken contraproductief. Daartegenover staat dat meegaand luisteren, aandacht voor hun manier van denken, voelen en beleven, en een groot respect voor diegene die zij zijn, hen kan helpen. Zij verdienen de goede hulp, om veel redenen.

Veel van deze mensen ervaren voortdurend vereenvoudigde zekerheden in hun omgeving, die hen als onaantastbare waarheden door autoriteiten worden opgelegd. Daarentegen zijn zij, juist vanuit hun eigen gedifferentieerde vermogens, zoekers naar mogelijkheden, en geboren ontdekkers van nuances in de dingen om hen heen. Dit eigen systeem en de indoctrinatie van de vreemde systemen zorgt voor innerlijke conflicten en spanningen.

Ze weten niet of ze hun eigen waarnemingen en conclusies wel mogen vertrouwen. De vereenvoudigde zekerheden hebben hen geleerd om zwart wit te gaan denken. Dit geldt ook voor de ongenuanceerde keuze wie er gelijk heeft: de autoriteit of zij.

Dit hele proces, zo blijkt uit de behandelingen van Stichting IMET, begint al bij de eerste waarnemingen van het heel jonge kind. De werking ervan verloopt verder vooral op onbewust niveau.

Naar de visie van Stichting IMET is een angst-, dwang-, identiteit- of eetstoornis in beginsel geen ziekte maar een verstoring op communicatief niveau. En zover wij hebben kunnen vaststellen, lijden met name mensen met een bovennormaal geestelijk, emotioneel vermogen, afgemeten aan hun milieu, aan zo'n stoornis. We benadrukken het begrip "beginsel", want de stoornis kan uiteindelijk wél tot zeer ernstige en zelfs dodelijke ziektes lijden.