Home / Behandeling / Brochure

Logo Stichting IMET

 

Behandelvisie Stichting IMET

(Brochuretekst)

 

Genezingscriterium

In de reguliere zorg geldt als genezingscriterium dat de persoon de klacht kan hanteren en weer normaal kan functioneren.
Bij IMET is het criterium dat de klacht uit de beleving van de persoon is en deze ook geen fundamentele aanleiding heeft om tot ander ongewenst gedrag te komen. Dit criterium is de beste garantie tegen terugval of alternatieve terugval. De persoon kan optimaal functioneren omdat niet alleen de klacht gehanteerd wordt, maar de persoon weer in zijn volle vermogens actief kan zijn.

 

Dezelfde soort veroorzakers voor verschillende klachten

Stichting IMET is van mening dat eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen dezelfde soort veroorzakers en instandhouders hebben. De veroorzakers en de gevolgen zijn vaak zowel van biologische als psychologische en sociale aard.
Eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen zijn volgens de IMET-visie nauw aan elkaar verwant. Achter het symptoom van bijvoorbeeld ongeordend eetgedrag ligt een specifieke vorm van dwanggedachten en dwanghandelingen. En deze dwanggedachten en –handelingen vinden hun oorsprong weer in angst en onzekerheid. En achter deze angst en onzekerheid ligt een verstoord ontwikkeld zelfbeeld; een verstoorde identiteitsbeleving. Dit proces van een verstoorde identiteitsbeleving tot aan het verstoorde gedrag kent een oneindig scala aan individuele processen die uiteindelijk uitkomen bij de specifieke klacht zoals: smetvrees, sociale angst, paniekaanvallen, eetstoornis, stotteren, kleptomanie en ongecontroleerde fantasieën.
Van al deze stoornissen behoren eetstoornissen tot de meer complexe stoornissen. De lichamelijke factoren vormen een extra belastende factor.

 

Behandeling van verborgen veroorzakers

Door de effecten van het vaak hinderlijk afwijkende gedrag trekt dit gedrag nagenoeg alle aandacht naar zich toe. Daardoor worden een aantal andere symptomen of veroorzakers niet waargenomen en worden deze vaak niet behandeld. Het behandelen van deze, soms verborgen, veroorzakers en symptomen is echter van wezenlijk belang bij het herstelproces van de persoon.

 

Andere, door de omgeving, niet begrepen belevingswereld

Een van de meest verwaarloosde kenmerken van de lijder aan een eet-, dwang-, of angststoornis is diens bijzondere manier van gedifferentieerd denken en voelen. Dat gedifferentieerde denken wordt soms nog wel waargenomen en gekenmerkt als intelligentie, maar het gedifferentieerde gevoel wordt meestal ontkend, omdat de persoon daar een sterke dissociatie (afstandelijkheid) naar ontwikkeld heeft. Dat kan leiden tot:
  • De ontkenning van de eigen kwaliteiten en de eigen identiteit;
  • Aangepast gedrag (de liefste kinderen);
  • Verward gedrag en energiegebrek;
  • Het ontwikkelen van vervangende doelen en compensatiegedragingen;
  • Het ontwikkelen van een fantasiewereld, waarin ook plaats is voor angsten;
  • Het ontwikkelen van gevoelens van machteloosheid, uitzichtloosheid, ontkenning, eenzaamheid en onderdrukking;
  • Het ontwikkelen van een irreëel machtsgevoel waaruit de illusie ontstaat alles onder controle te hebben. Daaronder valt ook intolerant en dominant gedrag.
In al deze gevallen ontwikkelen deze mensen alternatieve belevingen die nauwelijks door hem of haar van werkelijke belevingen te onderscheiden zijn. De omgeving van de persoon beschouwt deze belevenissen als storend en niet nodig. Toch zijn deze belevenissen een noodzakelijk deel van de overlevingsstrategie. Zij leiden meestal tot obsessieve gedachten en gedragingen. Daaronder herkennen we vaak prestatiedrang, gecombineerd met faalangst. Al deze factoren samen vragen om specialistische kennis bij een behandeling.

 

Noodzakelijke specialistische kennis voor behandelingen

Om aan deze specialistische kennis te voldoen, past Stichting IMET zowel klassieke als moderne psychotherapeutische technieken en methoden toe.
In de loop der jaren zijn daaruit weer specifieke methoden ontwikkeld die effectief werken op de bovengenoemde klachten. De integratie van al deze methoden en technieken, onderbouwd vanuit een behandelvisie, heeft geleid tot de “Mentaal-Emotieve Training”.
Stichting IMET maakt ook gebruik van haar positie dat zij niet gebonden is aan tradities in behandelvisies en -vaardigheden, en dat zij haar medewerkers al vanaf het begin kan selecteren op grond van de door haar gekozen behandelstrategieën. Een van de kernstrategieën is flexibiliteit in methodieken en de beheersing van een breed scala daarvan. Daarmee wordt ingespeeld op de grote verschillen waarmee cliënten op methodieken reageren. De effectiviteit van deze benadering is daarom zeer groot. De behandelmethodes en -technieken zullen steeds worden getoetst op hun optimale kwaliteit of effectiviteit.
De cliënt en haar systeem staan centraal in de behandeling. Daarop worden de behandelmethoden en -technieken afgestemd.

 

De eigen zienswijze op een verstoord innerlijk regelsysteem.

De eigen zienswijze van Stichting IMET over de uniciteit van de cliënt en het mechanisme dat tot de stoornis leidt, loopt voor een belangrijk deel parallel met de zienswijze van de Canadese eetstoornistherapeut Peggy Claude-Pierre. Zowel deze therapeut als Stichting IMET verklaren het moeilijk veranderbare gedrag vanuit een belemmerend innerlijk persoonsdeel in de patiënt. In feite gaat het hier om een verstoord innerlijk regelsysteem; een verstoord cybernetisch systeem.
Vanuit dit verstoorde systeem, bij IMET heet dat de Innerlijke dictator, wordt de dwang voortdurend in stand gehouden of vindt terugval plaats.
Zolang dit systeem actief is, zijn veranderingen bij de persoon onbestendig en onbetrouwbaar. Het belemmerende effect van dit mechanisme is al direct merkbaar in het begin van het behandelproces en beïnvloedt dit proces doorlopend. Behandeling van de klacht heeft ook pas zin als de belemmerende invloed van dit systeem opgelost is.
De behandeling bestaat uit het volgen en leiden van de cliënt. Doel is de oorspronkelijke kwaliteiten van de persoon weer volledig tot ontwikkeling te krijgen. De gedachte daarachter is, dat wie zijn eigen persoonlijkheid mag hebben, geen noemenswaardige innerlijke conflicten meer heeft. Dat geeft de grootst mogelijke en meest onafhankelijke veiligheid. Deze onafhankelijkheid van de omgeving en deze innerlijke veiligheid hebben geen compensatiegedrag nodig om het bestaan te rechtvaardigen of aanvaardbaar te maken.

 

Normeringen

De visie van Stichting IMET biedt geen ruimte aan begrippen als schuldigen, beschuldigingen, belonen en bestraffen. Daarvoor hanteren we de begrippen veroorzakers en consequenties.
Om probleemoplossend bezig te zijn, is het ineffectief om steeds uit het gebied van de doelstellingen te stappen om oplossingen te vinden, en in het gebied te stappen van criteria van schuldigheden. Immers, om te kunnen beschuldigen moeten criteria worden vastgesteld: wanneer is sprake van schuld, hoe schuldig is het, zijn er verzachtende omstandigheden enz.? Criteria zijn subjectief en daarom altijd arbitrair. Dit soort criteria leidt af van het vinden van oplossingen. Deze stelling impliceert niet dat we de veroorzakers ook altijd goedkeuren.
Ingeval er sprake is van mishandeling, staat het slachtoffer met haar beleving van de gebeurtenis centraal, en wordt de dader er alleen bij betrokken als dat voor het behandelproces van belang is. Niet de gebeurtenis staat centraal, maar de beleving daarvan. Criteria over schuldigheden binden het slachtoffer vaak onnodig lang en hevig aan emoties, waardoor oplossingen in de belevingen en in de omgang van het probleem worden bemoeilijkt.

 

Motiveren in plaats van belonen en bestraffen.

Belonen en bestraffen zijn improductief. Zij beschadigen het zelfrespect en de integriteit van de persoon en veranderen niets aan de innerlijke overtuigingen. Het is effectiever om de vermogens van de cliënt aan te spreken, de goede kwaliteiten te versterken en de ervaringen en overtuigingen op basis van deze vermogens te veranderen. De effectiefste veranderingen zijn die veranderingen die optimaal aansluiten bij het systeem van de persoon.
Bij de behandeling staat het systeem van de cliënt centraal en voegt het persoonlijke gedachte-, invoelings- en ervaringssysteem van de behandelaar zich daar zo goed mogelijk bij aan. De kilo's die een lijder aan Anorexia erbij moet krijgen, hebben voor haar een totaal andere betekenis dan de kilo's die de behandelaar voor zichzelf zou ervaren. Elke lijder aan Anorexia kan aan kilo's gewicht vanuit haar eigen zeer genuanceerde systeem een andere betekenis geven. Het is aan de behandelaar om bij elke cliënt die unieke en vaak net iets andere betekenis vast te kunnen stellen en als enige juiste criterium in de behandeling toe te passen. Dit principe geldt voor alle betekenissen die cliënten aan begrippen toekennen. Deze nuancering in de individuele benadering van het probleem bij de cliënt is mede oorzaak van de grote effectiviteit van de behandeling.

 

Elke weerstand is logisch en vanuit begrip op te lossen

Stichting IMET hanteert de aanname dat de cliënt die vrijwillig in behandeling gaat, van haar probleem af wil. Elke weerstand die de cliënt echter tijdens de behandeling oproept, is een logische reactie uit haar (cybernetische) systeem. Dit systeem zoekt op onbewust niveau steeds naar optimale veiligheid, en deze veiligheid lijkt vaak in strijd te zijn met het doel van het probleem af te komen. Het is aan de behandelaar om de cliënt zoveel veiligheid te kunnen geven, dat ze de zekerheden van het vasthouden aan oude overtuigingen durft los te laten. Pas dan durft zij ook te veranderen, en opent ze mogelijkheden voor nieuwe denkbeelden, ervaringen en overtuigingen.

Voorwaarden voor een goede behandeling zijn, dat:

  • De cliënt de hoogste prioriteit aan de behandeling geeft;
  • Er een groot wederzijds vertrouwen en respect is tussen cliënt en behandelaar;
  • De behandeling gestructureerd is op een persoonlijk gericht behandelplan, dat ook ruimte biedt om situatief op ontwikkelingen in te spelen;
  • De behandelaar een goed inzicht heeft in de basisstructuren van de veroorzakers en instandhouders van de aandoening. Dat hij of zij een groot inlevingsvermogen heeft en de eigen criteria los kan laten;
  • De cliënt als een waardige volwassene behandeld wordt (ook kinderen op hun natuurlijke niveau) en recht heeft op privacy en kennis over de toe te passen behandelmethode;
  • De omgeving meewerkt aan het veranderingsproces bij de cliënt;
  • De leefsituatie van de cliënt zo min mogelijk wordt verstoord, of bij terugkeer in de oude omgeving en situatie, de begeleiding optimaal op deze verandering is afgestemd;
  • De cliënt de tijd en de ruimte krijgt om de veranderingen in het denken en voelen echt om te zetten tot eigen onderbouwde argumenten en natuurlijke gevoelens en reacties.

Inspirators en visie

Een van de eerste inspirators voor de behandelstrategie bij Stichting IMET is de Canadese psycholoog en eetstoornisspecialist Peggy Claude-Pierre. Daarnaast zijn waardevolle vernieuwende ideeën van andere behandelaars en onderzoekers in de behandelvisie van Stichting IMET opgenomen. De belangrijkste vormers aan de methodiek van de Mentaal-Emotieve Training zijn echter de reacties van de cliënten geweest. Door hun genuanceerde reacties doorlopend in de behandelingen te integreren, groeide de methode uit tot het succes dat nu bereikt is.
De behandeling van eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen is bij Stichting IMET gebaseerd op een visie. Een visie die pleit voor een brede behandeling, waarbij niet de methodieken van de behandelaars, maar de systemen van de cliënten centraal staan. Dat betekent dat binnen Stichting IMET ruimte is voor toepassing van een breed scala aan effectief bevonden behandelinstrumenten. Door heel aandachtig te blijven luisteren naar de veranderingen die de Mentaal-Emotieve Training bij cliënten teweeg brengt, blijft de methode flexibel en zal voortdurend in beweging blijven.